| pathologisch anatomisch lab | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | RZL | |
| Telefoon balie | 071-5828026 | |
| Openings-, bezoektijden | Ma. t/m vr. van 08.30 tot 17.00 uur | |
De (klinisch) patholoog onderzoekt de weefsels of cellen die bij patiënten zijn weggenomen om vast te stellen wat er afwijkend aan is. U kunt hierbij denken aan een gezwel of tumor waarbij onderzocht moet worden of deze goed- of kwaadaardig is. Het gaat om patiënten van alle leeftijden, het kan zelfs om ongeboren baby’s gaan.
De klinisch patholoog komt zelf bijna niet in aanraking met patiënten. Hij of zij krijgt van de medisch specialist een stukje weefsel waarbij moet worden onderzocht om wat voor gezwel, tumor of ontsteking het gaat. Bijvoorbeeld een knobbeltje in de borst, een hersentumor, een andere vorm van kanker, tuberculose of een aangeboren afwijking. De klinisch patholoog heeft dus een heel breed vakgebied.
In sommige gevallen kan de klinisch patholoog een cytologische punctie uitvoeren. Met een heel dun naaldje wordt een zwelling aangeprikt, bijvoorbeeld in de borst of elders in het lichaam, waarbij wat celmateriaal wordt weggenomen voor onderzoek. Een andere taak die de patholoog heeft, is het verrichten van obducties. Hierbij wordt uitgebreid onderzoek bij een overledene gedaan om meer over ziektes te weten te komen, maar ook als toetsing van diagnose en behandeling: een soort kwaliteitscontrole dus.
Als na het onderzoek de diagnose is gesteld, dan wordt dit in een verslag verwerkt, gericht aan de medisch specialist. Deze stelt aan de hand van dit verslag een behandelplan op.
Op de afdeling pathologie wordt onderzoek gedaan naar weefsels, cellen, vochten, uitstrijkjes of ander lichaamsmateriaal.
Bij weefsel wordt het verkregen materiaal gefixeerd met formaline ("sterk water") en daarna geschikt gemaakt om te worden bekeken onder de microscoop. Hierbij wordt gebruik gemaakt van hele dunne weefselplakjes die met een standaard methode gekleurd zijn.
Bij losse cellen (uit baarmoederhalsuitstrijken, urine, lichaamsvochten, puncties etc.) worden de cellen direct op glaasjes uitgesmeerd en eveneens met een standaard methode gekleurd en onder de microscoop bekeken. Op basis van dit onderzoek stelt de patholoog een diagnose en brengt de aanvragend medisch specialist hiervan op de hoogte. De medisch specialist kan vervolgens de behandeling in gang zetten.
Tevens wordt er onderzoek verricht op patiënten die zijn overleden. Dit noemen we ‘sectie’ of ‘obductie’. Dit gebeurt alleen als nabestaanden hier toestemming voor geven.
Bij histologisch onderzoek oftewel weefselonderzoek neemt de medisch specialist bij de patiënt een klein weefselhapje uit een orgaan of uit een deel van het lichaam. We noemen dit een biopt. Als een groter deel van het lichaam of een orgaan wordt verwijderd, dan heet dit een resectie. Dit wordt door een chirurg gedaan. Het verkregen weefsel wordt naar de afdeling pathologie gestuurd om onderzocht te worden. Het weefsel wordt daar verwerkt tot microscopische preparaten, zodat ze kunnen worden beoordeeld met behulp van de microscoop. De gestelde diagnose wordt verwerkt in een verslag dat naar de aanvrager gaat.
Op de afdeling histologie worden de volgende weefsels onderzocht:
Cytologisch onderzoek is onderzoek van cellen, bijvoorbeeld de beoordeling van het baarmoederhalsuitstrijkje. Het elders verkregen celmateriaal wordt op de afdeling pathologie verwerkt tot microscopische preparaten die beoordeeld worden met behulp van de microscoop. De gestelde diagnose wordt verwerkt in een verslag dat naar de aanvragende medisch specialist gaat.
Op de afdeling cytologie worden de volgende materialen onderzocht:
Sectie of obductie is onderzoek op patiënten die zijn overleden. Dit gebeurt alleen als nabestaanden hier toestemming voor geven. Het kan gaan om onderzoek naar de doodsoorzaak. Meestal gaat het om onderzoek naar de ernst en het verloop van de ziekte, reactie op de gegeven behandeling, kwaliteitscontrole van het medisch handelen.
Op dezelfde wijze als bij het weefselonderzoek wordt het weefsel op de afdeling pathologie verwerkt tot microscopische preparaten zodat deze kunnen worden beoordeeld met behulp van de microscoop. De gestelde diagnose wordt verwerkt in een verslag dat naar de aanvrager gaat.
De medisch specialist vertelt de uitslag aan de patiënt en/of de familie. Hij kan dit plaatsen in het totale plaatje waarbij ook bijvoorbeeld resultaten van andere onderzoeken een rol spelen. Een patholoog deelt in principe nooit de uitslag mee. Soms krijgt u heel snel een uitslag, maar meestal duurt het meerdere dagen. Wanneer aanvullend onderzoek nodig is, krijgt u de uitslag soms na meer dan een week. Dit komt doordat we allerlei laboratoriumbewerkingen met het weefsel doen die soms wat langer duren.
Meer informatie over pathologie kunt u vinden via onderstaande websites.