Skip navigation
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
rijnland logo
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
Contact | Sitemap | Zoeken | Print | tekst A A A
Info? Ik wil graag naar
 

Pijnbestrijding na de operatie

U wordt binnenkort geopereerd in het Rijnland Ziekenhuis. Het is belangrijk dat u na de operatie zo min mogelijk last hebt van pijn. Patiënten die de eerste dagen na de operatie een goede pijnbehandeling hebben gekregen, herstellen namelijk beter. In deze folder leest u meer over de pijnbestrijding na de operatie.

Hoe kunt u uw pijn meten?

kopie van voorzijde meegeleverde VAS
kopie van voorzijde meegeleverde VAS

Pijn is een ingewikkeld verschijnsel dat moeilijk te meten is. Ieder mens ervaart pijn op een andere manier. U bent de enige die kan vertellen of u pijn hebt en hoe erg die pijn is. Het is vaak moeilijk om aan anderen duidelijk te maken hoeveel pijn u hebt.

Na de operatie maken we bij het meten van uw pijn gebruik van de Visuele Analoge Schaal (VAS). Dit is een meetlatje waarop u kunt aangeven hoe u de pijn op dat moment ervaart. De mate waarin u de pijn ervaart kan variëren van geen pijn tot de ergst denkbare pijn (zie afbeelding op de pagina hiernaast).

 

kopie van achterzijde meegeleverde VAS
kopie van achterzijde meegeleverde VAS

Op de voorzijde van het meetlatje kunt u door het verschuiven van het streepje, aangeven hoeveel pijn u hebt. Dat wil zeggen dat wanneer u het streepje helemaal links op de lijn plaatst, u dus helemaal geen pijn hebt. Uiterst rechts op de lijn staat voor de ergste pijn die u zich kunt voorstellen. Daarna stelt de verpleegkundige samen met u vast hoeveel pijn u hebt door de pijn die u aangeeft een cijfer te geven. Dit gebeurt met behulp van de pijnschaal op de achterkant van het meetlatje.

Het gaat om de pijn die u op dat moment ervaart. Pijn is een persoonlijke ervaring. Het maakt niet uit of iemand anders bij dezelfde operatie meer of minder pijn aangeeft. Bij het aangeven van de pijn kan het helpen om te denken aan pijn die u wellicht in het verleden hebt ervaren. U kunt die pijn vergelijken met de pijn die u op dit moment hebt.

Pijnmeting na de operatie

Na de operatie wordt in het ziekenhuis de pijn op vaste momenten gemeten. We meten de pijn meteen wanneer u terugkomt van de verkoeverkamer. Daarna meten we de pijn op vaste tijden: om 6.00, 12.00, 18.00, 24.00 uur, zo nodig vaker. Ook de verpleegkundige op de uitslaapkamer maakt gebruik van het VAS-meetlatje.

Hebt u pijn? vertel het ons!

Het is belangrijk dat u aan de verpleegkundige laat weten hoe het met de pijn is en of de pijnstillers goed werken. De pijn mag u in ieder geval niet belemmeren in het goed kunnen doorademen, ophoesten en bewegen. Aarzelt u daarom niet om het aan de verpleegkundige te vertellen wanneer u pijn hebt. De pijnmedicatie kan dan, als het nodig is, op tijd aangepast worden. Hoe langer u wacht met het melden van de pijn, hoe moeilijker de pijn te bestrijden is

Pijnbestrijding na de operatie

Na de operatie krijgt u op vaste tijden paracetamol. Het geven van pijnstillers op vaste tijden werkt voortdurend pijnstillend. Dit is de basis van de pijnbestrijding na de operatie.

Extra pijnstilling na de operatie

Indien nodig schrijft de anesthesist extra pijnstilling voor. Deze pijnstilling krijgt u als aanvulling op de pijnstillers die op vaste tijden worden gegeven. Het kan hierbij gaan om pijnstillers in de vorm van tabletten of als een zetpil. U kunt daarbij denken aan naproxen, ibuprofen of andere pijnstillers. Indien u allergisch of overgevoelig bent voor één van deze middelen dient u dit van tevoren kenbaar te maken.

Naast bovengenoemde pijnstilling met tabletten of zetpillen, zijn er nog andere vormen van pijnstilling. Deze staan hieronder beschreven. Het is afhankelijk van de soort ingreep of u voor een van deze middelen in aanmerking komt. U kunt hierover informatie krijgen op het pre-operatief onderzoek op de polikliniek anesthesie.

Dipidolor-injectie

De verpleegkundige geeft u een injectie met het pijnstillende middel Dipidolor in een spier in uw bovenbeen. De injectie wordt gegeven op basis van het pijncijfer (bepaald met de VAS).

Toediening van morfine via een PCA-pomp

PCA is een afkorting van 'Patient Controlled Analgesia' oftewel vertaald naar het Nederlands 'patiëntgeregelde pijnstilling'. Dit betekent dat u zelf kunt bepalen hoeveel morfine u krijgt. Vlak voor de operatie krijgt u een infuus waarop een infuuspomp wordt aangesloten. Aan de infuuspomp zit een kabeltje met op het eind een toedieningsknop. Na de operatie krijgt u de toedieningsknop van de pomp in uw hand zodat u zélf morfine kunt toedienen op het moment dat de pijn opkomt. De infuuspomp wordt door de anesthesist op de uitslaapkamer zo ingesteld dat u nooit te veel morfine kunt krijgen.

Epidurale pijnbestrijding

Een epiduraal katheter is een slangetje dat de anesthesist op de operatiekamer vóór de operatie inbrengt. Nadat uw rug is ontsmet brengt de arts via een klein prikje een verdoving aan op de plaats waar hij de katheter zal inbrengen. Daarna brengt de arts op die plaats een naald in uw rug, precies tussen twee wervels. Vervolgens brengt de anesthesist via de naald een dun slangetje (de katheter) in uw rug. Daarna haalt hij de naald weer uit de rug. Met behulp van een pomp wordt vervolgens voortdurend via het slangetje medicatie tegen de pijn toegediend.

Tot slot

Indien u nog vragen hebt over de pijnbestrijding na de operatie of over de pijnmeting (VAS), dan kunt u deze aan de verpleegkundige stellen.

Einde
 

 
Built on Yucan by Desk.nl
© Rijnland Zorggroep 2007  |  Disclaimer