Uw kind is een tijdje opgenomen geweest in ons ziekenhuis. Hierdoor heeft u minder tijd met uw kind kunnen doorbrengen. Nu uw kind thuiskomt, kunt u ongestoord genieten van elkaar. De eerste tijd thuis is niet altijd even gemakkelijk en ontspannen. Het is heel normaal wanneer u zich af en toe onzeker voelt. Uw kind kan onrustig zijn en veel huilen, omdat het moet wennen aan de nieuwe situatie. Dit komt veel voor bij kinderen die in een couveuse hebben gelegen. Uw kind gaat thuis een dag- en nachtritme opbouwen. In het ziekenhuis ging alles dag en nacht door en was het vaak licht en rumoerig. Thuis kunt u de voedingstijden en badmomenten aan uw eigen omstandigheden aanpassen.
De hoeveelheid slaap die een kind nodig heeft, wisselt per kind. Een algemene richtlijn is dat kinderen tot twee maanden ongeveer achttien uur per dag slapen. Een kind dat in de couveuse heeft gelegen, is vaak wat alerter waardoor de slaapbehoefte minder kan zijn. Door goed op uw kind te letten, kunt u op de slaap-waakbehoefte inspelen. Een kind begint zich rond de twee tot vier maanden bewust te worden van de omgeving. Soms gebeurt dit eerder. De slaapperiodes worden korter en de behoefte aan aandacht kan groter worden. U kunt uw kind bijvoorbeeld na de voeding een poosje in de box leggen in plaats van in de wieg. Als uw kind aangeeft dat het moe is, kunt u het in zijn of haar bed laten slapen.
Als u flesvoeding gaat geven, dan vertelt uw arts of verpleegkundige u hoeveel voeding uw kind nodig heeft. Mocht u thuis merken dat uw kind meer honger heeft, dan kunt u per voeding 10 ml extra geven. Bij uw volgende bezoek aan uw arts kunt u overleggen of de hoeveelheid van de voeding veranderd moet worden. Meer informatie over het geven van flesvoeding vindt u in de brochure flesvoeding.
Ook als u borstvoeding geeft, adviseert uw arts u over de hoeveelheid voeding die uw kind nodig heeft. De verpleegkundige bespreekt samen met u hoe u thuis de borstvoeding het beste kunt opbouwen of doorzetten. De meeste kinderen zijn bij ontslag van de couveuse-unit nog niet in staat om de hele voeding uit de borst te drinken. Het drinkgedrag van uw kind past waarschijnlijk in één van de onderstaande situaties. Verdere praktische zaken rondom borstvoeding kunt u nalezen in één van onze brochures over borstvoeding. Als u deze nog niet heeft, kunt u die in het brochure-rek bij de couveusekamer vinden.
Situatie 1. Uw kind drinkt vaste hoeveelheden, maar nog geen volledige voeding.
Uw kind drinkt de laatste dagen voor ontslag minimaal twee keer per dag een vaste hoeveelheid uit de borst.
Situatie 2. Uw kind drinkt wisselend aan de borst.
De ene keer drinkt uw kind (bijna) een volledige voeding, de volgende keer drinkt uw kind nauwelijks en wil alleen maar slapen.
In dit geval heeft u twee mogelijkheden:
1.'Blind’ bijvoeden; dit kan als u het drinkgedrag van uw kind redelijk kan inschatten tijdens de ziekenhuisopname. Als u weet of het een ‘goede’ of een ‘slechte’ voeding was, weet u ook hoeveel u ongeveer per fles moet bijvoeden.
Situatie 3. Uw kind drinkt volledige voedingen uit de borst.
Situatie 4. Uw kind heeft nog niet aan de borst gelegen.
Door omstandigheden heeft u uw kind nog geen borstvoeding kunnen geven, u wilt dit thuis wel gaan doen.
Situatie 5. Uw eigen wens
Het kan voorkomen dat u zich niet kunt vinden in één van de bovenstaande adviezen. Bespreek dit met de verpleegkundige en stel zo een plan op dat aansluit bij uw wensen, de behoefte van uw kind en de voorschriften van uw arts.
Als uw kind uitsluitend borstvoeding of moedermelk krijgt, is het nodig om uw kind vanaf de eerste week vitamine K te geven op een plastic babylepeltje;
Sommige kinderen hebben veel zuigbehoefte. Het gebruik van een fopspeen kan tot het eerste levensjaar geen kwaad. Dagelijks uitkoken hoeft niet (mag natuurlijk wel), grondig reinigen in heet sop of in de afwasmachine is voldoende. Zorg wel voor tijdige vervanging en controleer de speen op slijtage. Neem nooit de fopspeen in uw eigen mond!
Gebruik bij het geven van borstvoeding zo min mogelijk een fopspeen. Geef de speen in ieder geval nooit om een voeding uit te stellen. Dit kan het vraag- en aanbodsysteem bij borstvoeding verstoren en de productie van borstvoeding doen afnemen.
Als uw kind na een voeding zuigbehoefte blijft houden en duidelijk is dat het wel voldoende heeft gedronken, kunt u uw kind wel een fopspeen geven om uw kind tot rust te laten komen. Haal wel de speen weer uit de mond als uw kind in slaap is gevallen.
De eerste dagen kunt u uw kind het beste nog temperaturen, zodat u weet of uw kind zichzelf goed warm kan houden. Dan kunt u inschatten of de omgevingstemperatuur voor uw kind thuis aangenaam is. Het verschil in temperatuur thuis en in het ziekenhuis is groot. Het kan heel goed zijn dat uw kind in het ziekenhuis geen kruik meer nodig heeft, maar thuis wel.
De normale lichaamstemperatuur van een kind schommelt tussen de 36,5 en 37,5°C. De lichaamstemperatuur kunt u het beste voelen in de hals. Het gebeurt vaak dat de handen en voeten kouder aanvoelen, hierover hoeft u zich geen zorgen te maken als de gemeten temperatuur goed is.
Bij een blijvende lichaamstemperatuur boven de 38°C of juist onder de 36,5°C (ondanks dikkere kleding of een kruik), kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.
Geef een kruik bij een lichaamstemperatuur lager dan 36,5°C. Controleer van tevoren of de kruik niet lekt en wikkel de kruik altijd in een kruikenzak. U legt de kruik boven op de dekens of tussen twee dekens met de opening naar het voeteneinde toe. Leg de kruik nooit direct tegen uw kind aan! Wanneer uw kind het koud heeft, zet dan niet direct de verwarming hoger. Een extra deken of een kruik is beter.
Hoewel de keuze van een ledikant of wieg een persoonlijke is, zijn er toch een aantal zaken waar u in verband met de veiligheid van uw kind rekening mee moet houden. De matras moet bij voorkeur van polyether zijn met een katoenen tijk. Het hoofd- en voeteneinde van het bed moeten altijd vrij zijn van het bedzeiltje. Losse kussens, doeken of kussenslopen in bed zijn niet nodig en zelfs gevaarlijk.
Als u een ledikant heeft, zorg er dan voor dat u het bed laag bij het voeteneinde opmaakt, zodat uw kind met zijn voeten tegen de onderkant van het bed ligt. Op die manier kan uw kind niet onder de dekens kruipen. Wij adviseren tot de leeftijd van twee jaar dekens te gebruiken in plaats van een dekbed.
Stop de dekens rond uw kind lekker in, de geborgenheid van de dekens vindt uw kind prettig. Als u meer informatie hierover zoekt, zijn er brochures beschikbaar op de afdeling of bij het consultatiebureau.
In het ziekenhuis heeft uw kind afwisselend op de linker- en rechterzij gelegen.
U kunt uw kind zo vaak baden als u zelf wilt. Om de dag baden is een goed ritme. Zorg voor een behaaglijke kamertemperatuur van ongeveer 20°C. Het badwater is 37°C. Ter controle kunt u een badthermometer gebruiken of voelen met uw elleboog. Leg alle benodigdheden klaar voordat u uw kind in bad doet (kleren, handdoek, luier, doekjes, shampoo etc.).
Het is verstandig om uw kind niet altijd met zeep te wassen, dit kan de huid erg uitdrogen. Badolie in het water droogt de huid minder uit.
U kunt doorgaan met het verzorgen van de navel met water of één keer per dag met alcohol, ook wanneer de navelstomp is afgevallen, totdat de navel helemaal droog blijft.
Vanaf zes weken na de geboorte kunt u de nagels van uw kind knippen met een babynagelschaar, het beste is om dit te doen na een bad of een voedingsmoment. U kunt altijd de nagels vijlen met een babyvijl en eventueel krabhandschoenen gebruiken.
Pasgeboren kinderen voelen zich het prettigst in natuurlijke stoffen zoals katoen. Thuis bestaat de kleding meestal uit een luier met een rompertje, daarover een trui met een broek of boxpak. Trek uw kind geen knellende kleding aan, maar zorg dat uw kind zich vrij kan bewegen.
U kunt beter geen wasverzachter gebruiken voor de kleding van uw kind. Wasverzachter is namelijk geparfumeerd en kan leiden tot luieruitslag.
Sommige kinderen hebben snel last van luieruitslag. Middelen als zinkolie, Bepanthen of Kamillosan, verhelpen soms het probleem. Wisselen van luiermerk of schoonmaakdoekjes kan ook helpen. Het gebruik van katoenen luiers kan het probleem van luieruitslag ook verhelpen. Een scheutje azijn in het laatste spoelwater van de luierwas is dan een hulpmiddel.
Als het goed weer is, dan kunt u met uw kind gaan wandelen; tenzij uw arts iets anders adviseert. Zorg ervoor dat u de kleding aanpast aan de weersomstandigheden. Als het fris of zelfs koud is, zet uw kind dan altijd een muts op, maak gebruik van een deken en een kap over de wandelwagen.
Te veel warmte is ook niet goed voor uw kind, kleed uw kind op warme dagen niet te warm aan! Nadat u voor het eerst buiten heeft gewandeld, controleer dan de lichaamstemperatuur om te zien of uw kind goed op temperatuur is gebleven. In de zomer is het belangrijk om uw kind tegen de zon te beschermen door middel van een parasol, zonnehoed of pet, en een goede zonnebrandcrème voor pasgeboren kinderen.
Het is belangrijk dat u uw kind vervoert in een goedgekeurd autostoeltje. Wij raden aan bij lange autoritten iedere twee uur te pauzeren. Langer dan twee uur in een autostoeltje zitten, is niet goed voor de rug van uw kind. Neem uw kind nooit los op schoot. Een reiswieg is ook niet toegestaan om uw kind in de auto te vervoeren. Dit is gevaarlijk, omdat uw kind er los in ligt en de wieg niet goed te bevestigen is.
Als u eenmaal thuis bent, dan kan het zijn dat u situaties tegenkomt waarbij u niet precies weet wat u moet doen. Hieronder geven we u een aantal tips. Mocht u twijfelen aan de gezondheid van uw kind, neem dan altijd contact op met het consultatiebureau of met uw huisarts!
De eerste 24 tot 48 uur na ontslag uit het ziekenhuis heeft uw kind tijd nodig om te wennen aan de nieuwe omstandigheden thuis. Uw kind kan dit uiten door ander gedrag te laten zien:
Uw kind kan onrustig zijn en veel huilen. Dit is een veel voorkomend verschijnsel bij kinderen die in een couveuse hebben gelegen. Bijna alle kinderen hebben een huiluurtje. Vooral ’s avonds zijn veel kinderen langer onrustig, dit is normaal. U kunt de volgende tips proberen:
Hikken en niezen zijn dagelijks voorkomende zaken en niets om u ongerust over te maken. Bij het hikken tijdens de voeding kunt u uw kind gewoon door laten drinken, de hik verdwijnt dan vanzelf. Waarschijnlijk had uw kind in uw buik ook al vaak de hik.
Voordat uw kind thuis is, heeft u al heel wat geregeld. Heeft u ook aan de volgende punten gedacht?
Op de dag van ontslag bepaalt u in overleg met de verpleging het tijdstip dat u naar huis kunt met uw kind. Het is gebruikelijk om aan het einde van de ochtend naar huis te gaan. Bij het ontslag krijgt u mee:
Waarschijnlijk heeft het consultatiebureau al contact met u opgenomen. Mocht dat niet zo zijn, dan kunt u zelf het consultatiebureau bellen en laten weten dat uw kind thuiskomt. Het consultatiebureau zal zo snel mogelijk een afspraak met u maken om langs te komen.
Het consultatiebureau regelt ook de gehoorscreening en de vaccinaties. Als uw kind in het ziekenhuis geen gehoorscreening heeft gehad, gebeurt dit thuis.
Denkt u eraan bij ieder (poliklinisch) bezoek aan het ziekenhuis uw patiëntenkaart, voorzien van de juiste gegevens, mee te nemen. Ook is het belangrijk dat u een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringspas bij zich heeft. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan aan de baliemedewerker van de afdeling. Wij stellen het op prijs als u zich tijdig meldt voor de afspraak.
Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze brochure, stelt u deze dan aan de baliemedewerker van de afdeling.
De afdeling kindergeneeskunde locatie Leiderdorp heeft bestemmingsnummer 570 en is voor ouders 24 uur per dag telefonisch te bereiken via T 071-582 87 88.
| kindergeneeskunde |
|---|
| polikliniek kindergeneeskunde | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Alphen a/d Rijn | |
| Bestemmingsnummer | 42 | |
| Telefoon balie | 0172-467052 | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 32 | |
| Telefoon balie | 071-5828052 | |
| verpleegafdeling kinderen c5 | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 570 | |
| Telefoon balie | 071-5828020 | |