Tijdens het ontslaggesprek bespreekt de kinderarts de voeding van uw baby. U kunt de flesvoeding het beste voor 24 uur tegelijk klaarmaken en afgedekt bewaren in de koelkast. De wijze van bereiding van de voeding staat op de verpakking vermeld. De voeding kunt u klaarmaken met afgekoeld gekookt water of bronwater zonder koolzuur.
Totdat uw kind zes maanden is, kookt u de flessen eenmaal per dag uit: glazen flessen tien minuten en plastic flessen drie minuten. De schone, droge flessen bewaart u het best in de koelkast.
Kook gelijk met de flessen ook de eerste drie minuten de speen mee. U kunt een cocktailprikker in het gaatje van de speen stoppen om dichtgaan te voorkomen. Wanneer de spenen uit het water zijn gehaald, kunt u een scheutje azijn toevoegen aan het water om kalkaanslag op de fles te voorkomen. Er zijn verschillende soorten spenen in omloop. Probeert u niet te snel van speen te wisselen. Vraag op de afdeling na of de speen die u voor uw kindje hebt aangeschaft, juist is voor uw baby. De dodi- of 1-2-3-speen zijn spenen met een gleuf. Hoe hoger het nummer op de speen, hoe gemakkelijker de voeding uit de fles komt. Wanneer de speen in de mond zit, dient het getal naar de neus te wijzen. De evenflo-speen lijkt het meest op de spenen van het ziekenhuis. U kunt deze speen in alle soorten en maten verkrijgen met een, twee of drie gaatjes. De dental- of Bibinuk-speen is een speen die het meest de tepel nabootst, deze soort speen is daarom het meest geschikt als fopspeen. U kunt het beste meer spenen van één soort aanschaffen, zodat u kunt wisselen en de speen niet vervormt. Het is beter om spenen, ook fopspenen, niet langer dan drie maanden te gebruiken.
Wanneer uw kind de kinderafdeling verlaat, krijgt het zeven voedingen per dag. Een nachtvoeding kunt u geven wanneer de baby erom vraagt. De hoeveelheid voeding wordt geregeld via de kinderarts. Eenmaal thuis bespreekt de wijkverpleegkundige of het consultatiebureau de hoeveelheid voeding met u. Indien u denkt dat uw kind meer voeding lust dan kunt u tien tot twintig milliliter extra voeding in de fles doen. Uw kind kan dan drinken tot het genoeg heeft. Kinderen hoeven niet elke voeding precies de afgesproken hoeveelheid te drinken, als ze in 24 uur maar ongeveer de hoeveelheid gedronken hebben die de kinderarts met u heeft besproken.
De voeding kunt u opwarmen in de magnetron, echter zonder speen op de fles en zonder flessenwarmer. Indien de fles niet helemaal leeg is, mag u de inhoud niet meer opwarmen voor de volgende voeding.
Wij raden u aan alle benodigdheden vooraf klaar te zetten, zoals kleertjes en dergelijke. De kamertemperatuur moet behaaglijk zijn, ongeveer 20 ºC. Het badwater mag tussen de 37 en 38 ºC zijn. Voor controle kunt u eventueel een badthermometer gebruiken, of voelen met uw elleboog.
U kunt doorgaan met het verzorgen van de navel met water of één keer per dag met alcohol, ook wanneer de navelstomp is afgevallen, totdat het naveltje helemaal droog blijft.
De eerste dagen kunt u uw kind het beste nog wel temperaturen, zodat u weet of uw baby zich goed op temperatuur houdt. Daarna is temperaturen alleen nog nodig als u denkt dat uw kind ziek is. De normale temperatuur van een baby schommelt tussen de 36,5 en 37,5 C. De lichaamstemperatuur van de baby kunt u het beste voelen in de hals.
De temperatuur van een babykamer moet tussen de 18 en 20C zijn. Indien uw baby klein is, of op een koude kamer slaapt, of zichzelf in het ziekenhuis slecht op temperatuur hield, dan kunt u de eerste tijd thuis kruiken gebruiken. Controleert u van tevoren of de kruik niet lekt. Wanneer uw kind het koud heeft, zet dan niet direct de verwarming hoger. Dit heeft namelijk weinig effect. Een extra deken of een kruik is beter. Geef een kruik bij een lichaamstemperatuur lager dan 36,5 C. U legt de kruik boven op de dekens met de opening naar het voeteneinde toe, of tussen twee dekens. Leg de kruik niet tegen het kind aan, maar op een kleine afstand. Indien u geen wieg hebt maar een ledikant, dan kunt u het ledikant verkleinen met een (zwaar) kussen op het voeteneinde. Omdat u de oppervlakte zo kleiner maakt, hoeft uw baby niet meer het hele ledikant te verwarmen en kan hij ook niet dieper onder de dekens zakken. Denk bij de aankoop van spulletjes aan de gezondheid en veiligheid van uw baby. Wij adviseren dekens in plaats van dekbedjes in verband met een verhoogde kans op wiegendood. Stop uw kind lekker in, uw kind vindt de geborgenheid van de deken prettig.
U kunt de nageltjes van uw baby knippen met een nagelschaartje vanaf zes weken na de geboorte.
Sommige baby's hebben veel zuigbehoefte. Het gebruik van een fopspeen kan tot het eerste levensjaar geen kwaad. Tot uw kind een half jaar is, dient u de fopspeen eenmaal per dag uit te koken, gedurende drie minuten.
Bij goed weer naar buiten gaan met de baby is geen probleem, tenzij de kinderarts anders adviseert. Zorgt u er wel voor dat u de kleding van uw kind aanpast aan de weersomstandigheden. Wanneer het koud is, dient u het hoofd van uw baby te bedekken. Nadat uw baby voor het eerst naar buiten is geweest, meet u bij thuiskomst zijn lichaamstemperatuur.
In het ziekenhuis ligt uw kind afwisselend op de linker- en rechterzij. U kunt hiermee doorgaan zoals u gewend bent, ook al adviseert het consultatiebureau rugligging. Buikligging raden we af.
Het gebruik van wasverzachter kunt u voor de babywas het beste achterwege laten. Wasverzachter is namelijk geparfumeerd en kan leiden tot luieruitslag. Er zijn tegenwoordig middelen die hypo-allergeen zijn.
Sommige baby's hebben snel last van luieruitslag. Middelen als zinkoliezalf, kamillosan, vitamine AD druppels en het gebruik van katoenen luiers verhelpen soms het probleem. Draagt uw kind al katoenen luiers, dan kunt u in het laatste spoelwater van de luierwas een scheutje azijn doen.
Tijdens de eerste dagen dat uw kind is opgenomen, informeren wij schriftelijk de wijkverpleegkundige. Wanneer uw kind thuis is, dient u zelf contact op te nemen met de wijkverpleegkundige.
In sommige gevallen is het mogelijk om, buiten de kraamtijd, nog hulp te krijgen. Vraagt u dit na bij uw verzekering. Voor hulp dient u zich te wenden tot de thuiszorg in uw woonplaats.
Voor uw kind is een controle-afspraak gemaakt bij de behandelend kinderarts. Tot deze afspraak kunt u met uw vragen terecht bij de couveuse-afdeling. Daarnaast neemt u, tenzij nadrukkelijk anders is gemeld, contact op met het consultatiebureau voor de verdere controles van uw baby. Hier ontvangt u informatie over voeding en vaccinaties.
Vóórdat uw kind naar huis gaat, krijgt u een formulier van de afdeling waarop u kunt schrijven hoe de opname en het verblijf zijn verlopen. Vult u dit formulier thuis rustig in. Tijdens het ontslaggesprek bespreken we het met u.
Soms komt het voor dat uw kind thuis medicijnen moet gebruiken. De verpleegkundige vertelt u, ruim voor het ontslag, hoe u deze moet toedienen.
U krijgt een formulier mee waarop de gegevens van uzelf en uw kind genoteerd staan. Dit formulier geeft u aan de wijkverpleegkundige bij het eerste huisbezoek.
De bruine envelop voor de hielprik, die u hebt ontvangen toen u uw kind hebt aangegeven bij de burgerlijke stand, moet u goed bewaren. Het registratienummer is van belang. Soms krijgt u een tweede envelop thuisgestuurd. Hier hoeft u zich niet ongerust over te maken, het komt vaker voor dat bij te vroeg geboren kinderen een tweede prik noodzakelijk is geweest. Dit kan zijn omdat bijvoorbeeld de uitslag te laag was.
Voordat uw kind met ontslag gaat, hebt u eerst nog een gesprek met de kinderarts. Hebt u vragen, schrijf ze op, zodat u niets kunt vergeten.
Sommige baby's zijn door de overgang van ziekenhuis naar huis onrustig en huilen dan meer. Probeer dan uw gevoel te volgen. Sommige kinderen huilen zichzelf in slaap. Bijna alle kinderen zullen een huiluurtje hebben. Probeer het te accepteren indien u er voor uw gevoel alles aan hebt gedaan zoals een schone broek, fles, aandacht of eventueel een draagzak
Hikken en niezen zijn dagelijks voorkomende zaken en niets om u ongerust over te maken. Bij het hikken tijdens de voeding kunt u uw kind het beste nog wat laten drinken. De hik verdwijnt vanzelf.
De volgende telefoonnummers en e-mailadressen kunnen wellicht uitkomst bieden.
telefoon 071 - 582 87 88
telefoon 0343 – 57 66 26
telefoon 0111 - 41 31 89
telefoon/fax 0180 - 52 06 33 (9.00-13.00 uur)
e-mail:
zvb@borstvoeding.nl
Op internet kunt u informatie vinden op:
http://www.borstvoeding.nl
telefoon: 070 - 386 25 35
internet:
http://www.couveuseouders.nl
| kindergeneeskunde |
|---|
| polikliniek kindergeneeskunde | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Alphen a/d Rijn | |
| Bestemmingsnummer | 42 | |
| Telefoon balie | 0172-467052 | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 32 | |
| Telefoon balie | 071-5828052 | |
| verpleegafdeling kinderen c5 | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 570 | |
| Telefoon balie | 071-5828020 | |