Skip navigation
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
rijnland logo
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
Contact | Sitemap | Zoeken | Print | tekst A A A
Info? Ik wil graag naar
 

Een nieuwe knie

U komt binnenkort naar het Rijnland Ziekenhuis voor een knieprothese, een nieuwe knie. Om de ingreep goed te laten verlopen, is uw medewerking nodig. Volg daarom de raadgevingen van uw arts nauwkeurig op en lees deze informatie goed door.

 

Bepaalde omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat de ingreep in uw situatie iets anders verloopt dan in deze brochure staat beschreven. Uw arts zal dit met u bespreken.

Het kniegewricht

De gezonde knie

Het kniegewricht bestaat uit drie botdelen: het scheenbeen, het bovenbeen en de knieschijf. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Deze laag kraakbeen is elastisch en kan schokken en stoten opvangen.

Klachten

Bij slijtage of beschadiging van het kniegewricht treedt meestal pijn op bij het (trap)lopen en lang staan. Ook kunt u pijn hebben bij het omhoog komen uit de stoel of bij het opstaan uit bed.
In een later stadium kunt u last krijgen van verstijving. U kunt uw knie niet meer normaal buigen en strekken. Ook kan zich een X- of O-stand van de benen ontwikkelen, waarbij de knie in toenemende mate gevoelig of pijnlijk aanvoelt.

Onderzoek

Om de ernst van de aandoening vast te stellen, voert de arts een lichamelijk onderzoek uit en zal hij röntgenfoto’s van uw knie laten maken. Eventueel kan hij tijdens een kijkoperatie het gewricht verder onderzoeken.

Wanneer is een knieprothese nodig?

halve prothese

Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van het kniegewricht kunnen veroorzaken, zoals kraakbeenziekten, stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadiging door een breuk (fractuur). Wanneer in het verleden uw meniscus is verwijderd, hebt u een verhoogde kans op slijtage.
Reumapatiënten hebben vaak knieproblemen, omdat reuma het kraakbeen aantast. In veel gevallen is de oorzaak van de slijtage van het kniegewricht echter niet duidelijk.

Is een kniegewricht ernstig beschadigd of versleten, dan is vervanging van het gewricht door een knieprothese vaak de enige oplossing.
Er zijn twee typen:

  • de totale knieprothese;
  • de halve knieprothese (veel minder vaak voorkomend).
Meestal zijn alle drie de botdelen van de knie versleten en wordt een totale knieprothese geïmplanteerd. Wanneer alleen de binnenzijde of alleen de buitenzijde is versleten, komt u onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een halve knieprothese. Uw arts zal voor de operatie met u bespreken welk type prothese voor u geschikt is.
Bij de beslissing een knieprothese te plaatsen, is uw mening doorslaggevend. U bent immers degene die de problemen met uw knie ondervindt. U bepaalt zelf of u de operatie wilt ondergaan.

Pre-operatief onderzoek

hele prothese

Pre-operatief onderzoek is een onderzoek dat vóór de operatie plaatsvindt. Als u in het ziekenhuis wordt opgenomen voor een operatie, dan bezoekt u de polikliniek anesthesie voor een pre-operatief onderzoek. U krijgt hierover informatie op de polikliniek waar u onder behandeling bent. Ook ontvangt u onze informatiefolder: Pre-operatief onderzoek. De anesthesist licht u tevens in over de soort verdoving die hij gaat gebruiken tijdens de operatie. Vragen of wensen daarover kunt u aan de anesthesist kwijt. U kunt zich op dit gesprek voorbereiden door de speciale anesthesiefolder te lezen. Indien u deze folder nog niet hebt gekregen, kunt u om een exem­plaar vragen. Een tot twee werkdagen voor de operatie komt u op het opnamespreekuur, waarbij zowel de verpleegkundige als de zaalarts een opnamegesprek met u zal voeren. Tijdens dat gesprek stellen deze u vragen over uw gezondheid en over uw huidige situatie thuis. Ook krijgt u informatie over de gang van zaken op de afdeling. U kunt tijdens dit gesprek vragen stellen over uw verblijf in het ziekenhuis. Vanaf acht uren voor de operatie mag u niets meer eten en drinken; ook mag u niet meer roken.

De dag van de opname

U komt op de dag van de operatie voor opname naar het ziekenhuis. U meldt zich bij de receptie van de verpleegafdeling waar u opgenomen wordt. Het kan zijn dat u even moet wachten in het dagverblijf van de afdeling voordat een verpleegkundige u komt halen. Dan brengt de verpleegkundige u naar uw kamer.

Voorbereiding op de operatie

Op de dag van de operatie, ongeveer twee uur voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u in sommige gevallen medicijnen waardoor u wat slaperig wordt.
U mag geen make-up, sieraden, bril, lenzen of een gebitsprothese dragen tijdens de operatie. Uw gehoorapparaat mag u wél inhouden.
U mag uw huid vanaf twee dagen voor de operatie niet meer insmeren met bodylotion af andere crèmes.

De operatie

De operatie gebeurt meestal onder regionale verdoving (met een ruggenprik verdooft de anesthesist uw onderlichaam); soms in combinatie met een slaapmiddel, waardoor u niets van de operatie merkt. Meer informatie over de verdoving kunt u lezen in de folder Anesthesie.

Een operatieteam, waarvan uw arts deel uitmaakt, voert de operatie uit. Als de verdoving is ingewerkt, maakt de arts een snee van ongeveer twintig centimeter aan de voorkant van de knie. Via de opening die is ontstaan, worden de aangetaste gewrichtsvlakken verwijderd. Vervolgens wordt met speciale instrumenten het bot aangepast aan de vorm van de prothese, waardoor een goede verankering mogelijk is. De metalen delen van de prothese worden met botcement aan het bot vastgezet. Een kunststof schijf tussen de metalen delen zorgt ervoor dat de knie soepel scharniert. Soms wordt er ook een kunststof schijfje op de knieschijf geplaatst. Tijdens de operatie krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. De ingreep duurt ongeveer één tot anderhalf uur.

Complicaties

Er kunnen tijdens en na de operatie complicaties optreden, zoals:

  • infectie bij de knieprothese;
  • nabloeding;
  • het niet goed ‘sporen’ van de knieschijf of het ‘verspringen’ van de knieschijf, dit geeft pijn bij het buigen;
  • trombose, om dit te voorkomen, krijgt u na de operatie bloedverdunnende medicijnen die u enige tijd blijft gebruiken;
  • stoornissen in de wondgenezing;
  • beschadiging van een bloedvat of zenuw;
  • door een teveel aan littekenvorming kan een slechte beweeglijkheid van de knie ontstaan.
Gelukkig komen deze complicaties zelden voor.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer, waar we u enige tijd goed in de gaten houden en controleren. Soms treedt na de operatie misselijkheid op door de verdoving. Zodra u voldoende bent hersteld, gaat u terug naar de verpleegafdeling. U heeft een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht en medicijnen. Eventueel heeft u een blaaskatheter voor de afvoer van urine. In uw knie zit meestal een drain (=slangetje) om wondvocht en bloed af te voeren. Vaak kan het bloed dat in de eerste uren in de drain wordt opgevangen weer aan u worden teruggegeven. Dit gebeurt via het infuus.

In de eerste dagen na de operatie heeft u pijn. U krijgt hiervoor pijnstillende middelen. Indien in uw rug een slangetje is aangebracht voor de pijnstilling, kan dit maximaal 72 uur blijven zitten. Naast pijnstillers krijgt u bloedverdunnende middelen tegen trombose. Deze medicijnen blijft u minimaal zes weken na de operatie gebruiken. Afhankelijk van het soort bloedverdunner is het nodig om regelmatig bloed af te laten nemen om de stolling te controleren.

In de eerste drie weken na de operatie mag u niet baden. Zodra de wond droog is, kunt u wel douchen.

Revalidatie in het ziekenhuis

De eerste dag na de operatie begint de revalidatie onder begeleiding van de fysiotherapeut. De nadruk ligt hierbij op de controle van uw kniefunctie, waarbij we streven naar een zo goed mogelijke beweeglijkheid van de knie. Hiermee bedoelen we dat u uw knie zo goed mogelijk leert strekken en dat u uw knie minimaal 80-90 graden kunt buigen. U oefent regelmatig met uw been. Indien nodig doet u dit op de motorslede, dit is een apparaat dat uw knie passief buigt en strekt zonder te forceren. U krijgt oefeningen om zelf de kniefunctie te verbeteren. Hiermee zult u na uw ontslag uit het ziekenhuis thuis doorgaan. Het is beter meer keren per dag kort te oefenen dan enkele keren lang.

Oefeningen in bed

1. Tenen en voeten op en neer bewegen.
2. Aanspannen van de bovenbeenspieren (voeten optrekken, knieën strekken en de knieholte in de matras duwen).
3. Aanspannen van de bilspieren (billen samenknijpen).
4. Met een rolletje/steuntje onder de hiel uw knie laten uithangen (goed voor de strekking in de knie).

Eerste dag: oefeningen zittend

Ga op de rand van uw bed zitten of in een stoel. Uw bovenbeen sluit aan op de matras of op de zitting van de stoel.
1. Buig rustig uw been, eventueel ondersteund door uw niet-geopereerde been. Uw voet raakt dan de grond. U kunt een handdoek op de grond leggen, waardoor uw voet makkelijker over de vloer glijdt.
2. Probeer uw been vervolgens zo ver mogelijk te strekken. Houd dit even vol, eventueel ondersteund door uw niet-geopereerde been.

Ttweede dag: lopen met een looprek

1. Zet uw looprek naar voren.
2. Zet daarna uw geopereerde been naar voren.
3. Maak vervolgens een stap met het niet-geopereerde been, waarbij u steunt op het looprek.

Lopen met krukken

Wanneer u zelfstandig met een looprek kunt lopen, kunt u beginnen met het lopen met krukken:
1. Zet de twee elleboogkrukken tegelijk naar voren, het geopereerde been tussen de twee krukken.
2. Maak een stap met uw niet-geopereerde been voorbij het andere, waarbij u steunt op de krukken.

Traplopen – de trap op

Neem in de ene hand de trapleuning en in de andere hand een kruk.
1. Plaats uw niet-geopereerde been op de traptrede.
2. Plaats uw geopereerde been en de kruk ernaast.
Dit herhaalt u tot u boven bent.

Traplopen – de trap af

Neem in de ene hand de trapleuning en in de andere hand een kruk.
1. Plaats het geopereerde been en de kruk een trede lager.
2. Plaats het niet-geopereerde been ernaast.
Dit herhaalt u tot u beneden bent. Op deze manier wordt uw geopereerde been het minst belast.

Ontslag

De arts bepaalt het ogenblik van ontslag, in samenspraak met de verpleging en de fysiotherapeut. In de meeste gevallen duurt de opname vier tot vijf dagen U mag naar huis als u:

  • zelfstandig met een hulpmiddel (looprek, krukken of rollator) kunt lopen;
  • zelfstandig in en uit bed kunt komen;
  • indien nodig trap kunt lopen.

Vrijwel alle patiënten gaan na het ontslag uit het ziekenhuis naar huis. Met een nieuwe knie kunt u in principe thuis functioneren. In uitzonderlijke gevallen is opname in een verzorgingshuis, zorghotel of verpleeghuis nodig voor verder herstel. Mocht u voor verblijf in een van deze instellingen in aanmerking komen, dan zal u tijdens uw opname hierover informatie ontvangen.

Na het ontslag

Revalidatie na ontslag

U zult nog vier tot zes maanden moeten revalideren voordat u volledig hersteld bent. In de meeste gevallen zult u naar een fysiotherapeut worden verwezen die de revalidatie zal begeleiden.

Het komt soms voor dat de beweeglijkheid van de nieuwe knie niet voldoende toeneemt in de eerste zes weken na de operatie. Dan kan het noodzakelijk zijn, dat u gedurende enkele dagen opnieuw in het ziekenhuis wordt opgenomen. Dit om de knie onder verdoving 'door te bewegen of te mobiliseren' en dan enige tijd op het motorslede-apparaat te oefenen. U krijgt als verdoving een ruggenprik, waarbij een slangetje gedurende enkele dagen in de rug blijft zitten om de verdoving te laten voortduren.
Indien de beweeglijkheid daarna voldoende is, mag u weer naar huis om zelf weer intensief te oefenen onder leiding van uw fysiotherapeut.

Het is gebruikelijk dat u nog enkele maanden tot een halfjaar last hebt van pijn en zwelling en van een ‘warme knie’ als gevolg van de ingreep.
Enkele maanden na de plaatsing van een nieuwe knie zijn de oorspronkelijk pijnklachten meestal verdwenen en zult u veel beter kunnen lopen.
De totale revalidatie kan tot één jaar duren.

Zelfs na het eerste jaar na de ingreep verbetert de functie van de knie meestal nog. Het definitieve resultaat van de operatie verschilt van patiënt tot patiënt. Vaak kunt u uw nieuwe knie niet veel verder dan 90 graden buigen. U kunt weer autorijden als u uw knie goed kunt belasten en weer 'normaal' kunt gebruiken. Fietsen zal niet altijd mogelijk zijn als de 90 graden niet bereikt wordt. Een aanpassing aan de trappers kan een oplossing zijn, zodat u toch kunt fietsen.
Wij raden u af de knie na herstel in werk en sport zwaar te belasten; de kans op beschadiging is dan immers groter.

De meeste patiënten hebben na de operatie een doof gevoel in de huid rond het litteken. Soms is dit gevoel tijdelijk. Bij sommige patiënten blijft het dove gevoel bestaan.

Contact opnemen

Neem contact op met de polikliniek orthopedie als:

  • de wond gaat lekken;
  • de knie dik wordt of meer pijn gaat doen;
  • u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl dat na de operatie al wel mogelijk was.
Buiten de openingstijden van de polikliniek en in het weekeinde kunt u bellen met de afdeling spoedeisende hulp, telefoonnummer 071 - 582 89 05.

Kans op infectie

Als u een nieuwe knie hebt, blijft de kans op infecties bestaan, ook in de toekomst. In sommige gevallen leidt een infectie elders in het lichaam tot een infectie rond de prothese. Vertel uw tandarts of specialist van tevoren dat u een knieprothese hebt, wanneer bij u tanden en kiezen worden getrokken, tandwortelbehandelingen plaatsvinden of als u andere inwendige ingrepen moet ondergaan. U moet tijdens deze ingrepen eventueel beschermd worden met antibio­tica om infecties te vermijden.

Levensduur van de prothese

Knieprotheses zijn tegenwoordig van hoogwaardige kwaliteit. De levensduur van een knieprothese is ongeveer vijftien tot twintig jaar. U zult jaarlijks of elke twee jaar voor controle naar het ziekenhuis komen. Een belangrijk onderdeel van deze controle is een röntgenfoto van de knie. Zo kan de arts controleren of de knieprothese nog in goede staat verkeert. Na langere tijd kan de knieprothese los gaan zitten door afstoting of slijtage; een enkele maal kan dit al na enkele jaren het geval zijn. Vaak kan dan de prothese vervangen worden door een nieuwe prothese, de zogenaamde 'revisieprothese'. Meestal is er dan wel sprake van een andere, voorzichtigere en langdurigere, nabehandeling.

Registratie

Uw operatiegegevens worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Indien u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.

Vragen

Hebt u na het lezen van deze brochure nog vragen, stel ze dan gerust. Uw arts, een medewerker van de polikliniek of de verpleegkundigen willen uw vragen graag beantwoorden. Vragen over oefeningen kunt u stellen aan de fysiotherapeut.

Patiëntenorganisatie

De Stichting Patiëntenbelangen Orthopaedie (SPO) behartigt de algemene belangen van huidige en toekomstige orthopedische patiënten binnen de gezondheidszorg, overheid en zorgverzekeraars. Daarnaast behartigt zij de individuele belangen van de orthopedische patiënt door het geven van inlichtingen (telefonische informatie en folders).
Telefoonnummer: 026 - 321 51 54
E-mail: info@patientenbelangen.nl
Internet: www.patientenbelangen.nl

Einde
 

 
Built on Yucan by Desk.nl
© Rijnland Zorggroep 2007  |  Disclaimer