Skip navigation
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
rijnland logo
Onderdeel van de Rijnland Zorggroep
Contact | Sitemap | Zoeken | Print | tekst A A A
Info? Ik wil graag naar
 

Angiografie, röntgenonderzoek van de bloedvaten

Uw behandelend arts heeft voor u een angiografie aangevraagd, dit is een röntgenonderzoek van de bloedvaten. In deze brochure staan, behalve de gang van zaken bij het onderzoek, ook aanwijzingen over de wijze waarop u zich op het onderzoek moet voorbereiden. Voor het slagen van het onderzoek is het van groot belang dat u zich nauwkeurig aan deze aanwijzingen houdt.

Zwangerschap Naar boven

Röntgenonderzoek kan vooral tijdens de eerste maanden van de zwangerschap schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Indien u zwanger bent of zou kunnen zijn, is het belangrijk dat u dit aan de medewerker van de receptie of aan de laborant laat weten.

Voorbereiding Naar boven

  • Op de dag van het onderzoek wordt u opgenomen op de afdeling dagverpleging (tenzij u al op een andere afdeling opgenomen bent).
  • Enkele uren voor het onderzoek mag u niet meer eten. Op de verpleegafdeling hoort u meer hierover.
  • Zorg ervoor dat u vlak voor het onderzoek nog naar het toilet gaat. Het is erg lastig als dit tijdens het onderzoek nodig mocht blijken.
  • Een half uur voor het onderzoek krijgt u een rustgevend middel om het onderzoek zo comfortabel mogelijk voor u te maken.
  • U krijgt een operatiejasje en een papieren onderbroek aan.

Belangrijk! Naar boven

U gebruikt uw medicijnen zoals u dat gewend bent, tenzij uw arts iets anders heeft gezegd.

Het onderzoek Naar boven

Een gespecialiseerde arts, de radioloog, voert het onderzoek uit, bijgestaan door radiodiagnostisch laboranten.
Nadat u in uw eigen bed naar de angiokamer bent gebracht, neemt u plaats op de onderzoekstafel.
Om de bloedvaten, meestal de slagaderen, af te beelden, spuit de radioloog een contrastvloeistof in. Door dit contrastmiddel worden uw bloedvaten zichtbaar op de foto’s. Het inspuiten van contrastmiddel gebeurt via een zeer dunne, holle slang: de katheter. De radioloog brengt de katheter meestal via de lies en soms via de elleboogsplooi in uw bloedbaan, hierdoor ontstaat een kleine prikwond in de huid en het bloedvat, die later gesloten zal worden.
Vervolgens schuift hij deze tot aan het te onderzoeken bloedvat op. Deze techniek heet een katheterisatie.

Er mogen bij de katheterisatie geen infecties optreden. Daarom maken we de huid op de plaats waar de katheter wordt ingebracht goed schoon met een huiddesinfecterende vloeistof, chloorhexidine, en zo nodig scheren we de huid. Daarna wordt u met een steriel laken afgedekt. Ook de röntgenapparatuur wordt steriel afgeschermd. De radioloog en het overige personeel dragen speciale steriele kleding, net zoals dit in operatiekamers het geval is.

Bij aanvang van de katheterisatie verdooft de radioloog de huid plaatselijk met een verdovingsprik. De verdoving is alleen nodig voor de huid en de weefsels die daar direct onder liggen. Binnen in de bloedvaten voelt u geen enkele pijn en de katheter kan vrij bewogen worden zonder dat dit een onaangenaam gevoel voor u veroorzaakt. Tijdens het maken van de foto’s spuit de radioloog het contrastmiddel bij u in. Van deze injectie kunt u in het hele lichaam een warmtegevoel krijgen. Door de warmte kunt u het gevoel krijgen dat u moet plassen of dat u plast. Dit is maar schijn! Ook kunt u een vol gevoel in de maagstreek krijgen, soms gaat dit gepaard met misselijkheid. Deze verschijnselen duren meestal vijf tot twintig seconden en verdwijnen hierna snel.
Vaak is het nodig om meerdere malen contrastvloeistof toe te dienen. Eventuele misselijkheid komt na de eerste toediening niet meer terug. Wel is dit de reden dat u voor het onderzoek niets meer mocht eten.

Duur van het onderzoek Naar boven

Van tevoren staat niet vast hoe lang het onderzoek zal duren. Meestal duurt het onderzoek tussen de dertig en negentig minuten.

Na het onderzoek Naar boven

Na een onderzoek vanuit de lies, kan de prikwond op twee verschillende manieren worden gesloten. De lies kan voor 10 minuten worden dichtgedrukt en vervolgens wordt een drukverband aangelegd. De andere methode is het plaatsen van een angioseal, dit is een anker met een collageenlaag die de prikwond in de lies zal sluiten.
De radioloog bepaald aan het eind van het onderzoek met welke methode de prikwond wordt gesloten. Afhankelijk daarvan wordt het aantal uren bedrust bepaald.
Als het onderzoek is afgerond helpen wij u van de onderzoekstafel terug in uw eigen bed en wordt u terug gebracht naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige op de afdeling zal de prikwond in de lies regelmatig controleren.
U mag niet zelfstandig naar huis, zorgt u ervoor dat iemand u komt ophalen.

Is de katheter ingebracht in uw elleboogsplooi, dan krijgt u na het dichtdrukken van de prikwond een drukverband om de elleboog. U kunt de arm tot enkele uren na het onderzoek niet gebruiken.
Na het onderzoek is het raadzaam om de rest van de dag meer te drinken dan u normaal doet. Hierdoor zal de resterende contrastvloeistof sneller via de urine het lichaam verlaten.

Bijverschijnselen Naar boven

De diverse onderzoeken waarbij katheters in de bloedbaan worden gebracht, verlopen meestal zonder enig probleem. Een enkele maal treden bijverschijnselen op zoals een bloeduitstorting op de plaats waar de katheter werd ingebracht. Soms bestaat er een overgevoeligheid voor het contrastmiddel (zie ook de brochure jodiumhoudende contrastmiddelen).

Complicaties Naar boven

Zelden treden echte complicaties op. Stolselvorming in de bloedbaan of het losraken van aderverkalking van de vaatwand kan leiden tot afsluiting van bloedvaten. De ernst van een dergelijke afsluiting hangt sterk af van de kwaliteit van het vaatstelsel en de plaats en afmeting van het afgesloten bloedvat. De hoeveelheid contrastvloeistof die wordt toegediend kan aanleiding geven tot overbelasting van de bloedsomloop en kortademigheid. Ook ernstige contrastovergevoeligheden kunnen complicaties veroorzaken (zie ook de brochure jodiumhoudende contrastmiddelen). De arts die het onderzoek heeft aangevraagd heeft altijd de geringe kans op dergelijke problemen afgewogen tegen de voordelen van de belangrijke informatie die het onderzoek oplevert.

Dotterprocedure en Stentplaatsing Naar boven

Indien op het angiogram een vernauwing of een afsluiting van een slagader is geconstateerd, kan dit in sommige gevallen behandeld worden door de radioloog. Behandeling is mogelijk d.m.v. een dotterprocedure of een stentplaatsing. De radioloog bepaalt in overleg met de vaatchirurg welke behandelmethode voor u het meest geschikt is.

Bij een dotterprocedure wordt, op dezelfde wijze als bij de katheterisatie, een katheter ingebracht waar een ballon op bevestigd is. Deze ballonkatheter wordt opgeschoven tot in de vernauwing van het bloedvat. Door deze ballon op te blazen, wordt de vernauwing in het bloedvat opgeheven. De ballonkatheter wordt vervolgens weer verwijderd.

Bij een stentplaatsing wordt, op dezelfde wijze als bij de katheterisatie, een katheter ingebracht waar een stent op gemonteerd zit. Een stent is een gaaswerk van kleine metalen draadjes. De katheter met stent wordt opgeschoven tot in de vernauwing in het bloedvat. Door de stent te ontplooien, wordt de vernauwing van het bloedvat opgeheven. Deze stent blijft in het bloedvat achter. De katheter wordt vervolgens verwijderd.

Complicaties:
De slagaderverkalking (athero sclerose), die tot de vernauwing in het bloedvat leidt, wordt veroorzaakt door onregelmatige wandverdikking met vet- en kalkneerslag.
Door een dotter- of stentprocedure kunnen ‘propjes’ uit deze onregelmatige vaatwanden losraken en naar beneden (d.w.z. richting voet) schieten. Dit kan bij beide procedures leiden tot afsluiting van de kleinere bloedvaten. De ernst van een dergelijke afsluiting hangt sterk af van de kwaliteit van het vaatstelsel en de plaats en afmeting van het afgesloten bloedvat.
Het opblazen van een ballonkatheter, op de plaats van de vernauwing in het bloedvat, kan bij dotteren leiden tot beschadiging van de vaatwand ter plaatse. Indien nodig moet deze beschadiging behandeld worden. Behandeling is vaak mogelijk met behulp van een stent, zelden door een operatie.

De uitslag Naar boven

De radioloog beoordeelt de foto's waarna hij uw behandelend arts een verslag van de bevindingen opstuurt. U krijgt de uitslag van uw behandelend arts.

Tot slot Naar boven

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis uw patiëntenkaart, voorzien van de juiste gegevens, mee te nemen. Tevens is het belangrijk dat u een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringpas bij zich heeft.
Bent u niet in het bezit van een patiëntenkaart, of zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan aan de balie van de afdeling radiologie.
Wij stellen het op prijs als u zich tijdig meldt voor de afspraak.

Vragen Naar boven

Heeft u vragen over het onderzoek, stelt u ze dan vooral. De radioloog, de radiodiagnostisch laboranten en de verpleegkundigen willen uw vragen graag beantwoorden.

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze brochure, stelt u deze dan aan de baliemedewerker van de afdeling radiologie

Accreditaties en kwaliteitskeurmerken van het Rijnland Ziekenhuis Naar boven

Rijnland Ziekenhuis locaties Alphen aan den Rijn en Leiderdorp zijn onderdeel van Rijnland Zorggroep. Rijnland Ziekenhuis is NIAZ- en CCKL- geaccrediteerd en heeft de volgende keurmerken: Baby Friendly Hospital, Mammokeurmerk en Vaatkeurmerk.

Planetree Naar boven

planetree

Rijnland Zorggroep biedt een breed, kwalitatief hoogwaardig pakket aan diensten op het gebied van care én cure. Sinds 2009 omarmen wij het zorgmodel Planetree. Dat staat voor mensgerichte zorg in een helende omgeving. Zodat de bestaande zorg nóg beter voelt, voor patiënt, cliënt én medewerker!

Einde
 

 
Built on Yucan by Desk.nl
© Rijnland Zorggroep 2007  |  Disclaimer