Voeding is voor baby’s van groot belang voor de groei, energie en het handhaven van de lichaamsfuncties. Voor de geboorte krijgt de ongeborene alle voedingsstoffen via de moederkoek toegediend en bouwt de baby een voorraadje op aan voedingstoffen zodat hij na de geboorte rustig aan met voeding kan starten.
Bij vroeggeboorte is deze voorraad nog niet (volledig) aanwezig en daarom heeft een prematuur vanaf de geboorte voeding nodig.
Het starten met voeding hangt af van de zwangerschapsduur en de conditie van uw baby. Als uw baby heel ziek of heel klein is, is de kans groot dat hij de eerste periode nog geen voeding krijgt omdat het maagdarmkanaal dit niet kan verdragen. Uw baby krijgt dan de noodzakelijke voeding via een infuus.
Op een later tijdstip, welke door de kinderarts bepaald wordt, start uw baby dan met echte voeding. In de meeste gevallen zal deze voeding via een zogenaamde maagsonde gegeven worden.
Zodra de baby het verdraagt zal dan rustig aan worden gestart met het langzaam vergroten van de hoeveelheid voeding totdat de baby alles via de maagsonde krijgt en het infuus hier niet meer voor nodig heeft.
Ook voor prematuren geldt dat de beste voeding die gegeven kan worden moedermelk is.
Zoals bekend is moedermelk de beste voeding voor alle pasgeborenen:
Uit studies blijkt dat baby’s die gevoed zijn met moedermelk, minder diarree en luchtweginfecties krijgen. De voordelen van moedermelk bij prematuren zijn nog groter. Ook bij hen is de voeding aangepast aan hun behoeftes:
Uit onderzoek blijkt dat er vele stoffen in moedermelk zitten die (nog) niet voorkomen in kunstvoeding. Deze stoffen kunnen belangrijk zijn voor de baby bijvoorbeeld omdat ze bescherming bieden tegen infecties of voor de groei. Zo is de laatste jaren ontdekt dat moedermelk zeer lange ketenvetzuren bevat, die belangrijk zijn voor de groei van hersenen en ogen. Deze stoffen worden inmiddels ook toegevoegd aan de kunstvoeding.
Ook op de lange termijn heeft moedermelk voordelen. Bij met moedermelk gevoede kinderen komen op latere leeftijd minder hart- en vaatziekten, hypertensie (hoge bloeddruk), vetzucht en diabetes (suikerziekte) voor. Studies hebben aangetoond, dat de intelligentie en motorische ontwikkeling van prematuren gevoed met moedermelk beter is dan bij prematuren gevoed met kunstvoeding.
Borstvoeding geven heeft ook voordelen voor de moeder. Uit onderzoek blijkt dat 98% van de vrouwen lichamelijk in staat is borstvoeding te geven.
Borstvoeding geven aan een premature of zieke zuigeling kan meer tijd, geduld en inspanning van u vergen, maar heeft zeker ook voordelen. Het geven van borstvoeding is een van de dingen die u als moeder zelf kunt doen. Dit kan u voldoening en zelfvertrouwen geven. Ook kan het geven van borstvoeding u mogelijk helpen de vroeggeboorte of een moeizame bevalling te verwerken.
Als u besluit om borstvoeding te geven en uw baby kan (nog) niet zelf aan de borst drinken, is het belangrijk om zo snel mogelijk na de bevalling te beginnen met afkolven. Om de borstvoeding goed op gang te brengen en houden, is het nodig om vanaf het begin minimaal zes keer per dag te kolven. Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is, kunt u na twee weken het kolven eventueel terugbrengen naar vijf keer per dag. Als de hoeveelheid melk terugloopt, kunt u een keer extra kolven. Hoe het kolven precies in zijn werk gaat, kunt nalezen in de brochure ‘Het afkolven van moedermelk’.
Het tijdstip wanneer een zieke of te vroeg geboren baby aan de borst kan gaan drinken, is per kind verschillend. Zieke baby’s kunnen dat op het moment dat ze wat beginnen op te knappen en laten zien dat ze behoefte gaan krijgen om te zuigen.
Samen met de verpleegkundige bekijkt u of uw baby er aan toe is om aan de borst te gaan drinken.
Uw baby zal waarschijnlijk bij de eerste voedingen aan de borst nog niet in staat zijn om een volledige voeding te drinken. Dit zal of per sonde (een flexibel buisje dat via de neus en de keelholte naar de maag van de baby gaat) of per fles worden aangevuld, ook dit overlegt u samen met de verpleegkundige. Onze ervaring is dat het geven van een fles het slagen van de borstvoeding niet in de weg hoeft te staan. In de loop van de opname zult u merken dat uw baby steeds wat meer zelf aan de borst gaat drinken. Pas als u thuis bent zult u volledig borstvoeding kunnen gaan geven.
Voor te vroeg geboren baby’s geldt eigenlijk hetzelfde als voor zieke baby’s. Afhankelijk van de conditie van uw baby en het feit of hij goed wakker is, kijkt u samen met de verpleegkundige of uw baby op dat moment aan de borst kan. Dat kan van dag tot dag wisselen.
Als uw baby aangeeft te willen gaan drinken, zal dat niet betekenen dat uw baby direct een volledige voeding aan de borst zal drinken. Dit zal met kleine stapjes tegelijk worden opgebouwd.
Het restant van de voeding zal in het begin meestal per sonde worden gegeven, op een wat later tijdstip wordt er ook voor gekozen om de rest van de voeding per fles aan te bieden. Onze ervaring is dat het geven van een fles het slagen van de borstvoeding niet in de weg hoeft te staan.
Door middel van de afbeelding (de schijf van 9) onderaan deze paragraaf kunt u de voortgang van uw baby goed volgen. Als u dit stappenplan goed bekijkt, ziet u dat er al zes stappen zijn doorlopen voordat uw baby daadwerkelijk zelf gaat drinken. Bij stap acht zult u merken dat u binnen een afzienbare periode met uw baby naar huis mag zodat u thuis naar stap negen toe kunt gaan werken.
Het drinken aan de borst is een leerproces, zowel voor u als voor uw baby. De verpleegkundige zal u helpen bij het zoeken naar een goede houding om te voeden.
U zult zelf, op aanwijzingen van de verpleegkundige, ook actief mee moeten helpen met het voeden, door uw baby goed vast te houden en hem uw borst aan te reiken. Te vroeg geboren baby’s zullen de borst vaker los laten en moeten dan geholpen worden weer opnieuw te starten. Ze zullen ook vaak een rustpauze nemen tijdens het drinken.
Dit is een normale situatie. Na het voeden aan de borst is het in het begin meestal noodzakelijk om nog ‘na te kolven’, om zo alle moedermelk uit de borst te krijgen.
Het is belangrijk dat uw baby goed aan de borst ligt. Als hij niet op de goede manier aan het zuigen is, kan het gebeuren dat u binnen korte tijd tepelkloven ontwikkelt. Dit kunt u voorkomen door goed naar uw baby te kijken tijdens het voeden en erop te letten of hij echt goed ligt.
Als uw baby goed drinkt, kunt u het volgende zien:
Mocht er in bovenstaande punten iets niet kloppen, dan is het verstandig om uw baby van de borst af te halen en overnieuw aan te leggen. Op die manier kunt u problemen voor uzelf voorkomen. U kunt uw baby van de borst afhalen door uw pink in zijn mondhoek te stoppen waardoor uw baby de borst los zal laten.
Het kan zijn dat uw baby moeite heeft met het ‘happen’ aan de tepel. In overleg met de verpleegkundige is een tepelhoedje soms een goed hulpmiddel om dan te gebruiken. Deze zijn op de afdeling aanwezig. Er kleven wel enkele nadelen aan het gebruik van een tepelhoedje. De baby is mogelijk niet in staat om de hele borst leeg te drinken. Dit is in het begin geen probleem omdat u toch na de voeding nog moet nakolven. Als u echter al een tijdlang gebruik maakt van het tepelhoedje, is het raadzaam om regelmatig te proberen of uw baby al kan drinken zonder het tepelhoedje. Zo voorkomt u in een later stadium eventuele problemen. De ervaring leert dat rond de uitgerekende datum het vaak mogelijk is om met het gebruik van een tepelhoedje te stoppen.
Om ervoor te zorgen dat u optimaal borstvoeding kunt geven, zijn er een aantal aandachtspunten die u in acht kunt nemen. Het is belangrijk dat u voldoende rust neemt in de periode dat u borstvoeding geeft. We realiseren ons dat het niet altijd mogelijk is, maar misschien kunt u toch een extra rustperiode voor uzelf nemen. Dit zal de hoeveelheid borstvoeding stimuleren! Gevarieerde en gezonde voeding is ook belangrijk. Het is noodzakelijk om veel te drinken, minimaal twee liter per dag. Het is handig om bij iedere keer dat u borstvoeding geeft of iedere keer dat u aan het kolven bent, twee glazen water te drinken. U zult merken dat twee liter drinken dan geen probleem zal zijn.
Nicotine en alcohol komen in de moedermelk terecht, het is dus beter om niet te roken en geen alcoholische dranken te drinken. Door nicotine schiet de melk minder toe en neemt de productie af. Ook medicijnen kunnen via de moedermelk aan het kind worden doorgegeven. U kunt met de behandelend kinderarts van uw kind overleggen of de medicijnen die u gebruikt ook zijn toegestaan bij het geven van borstvoeding.
Als uw baby zeven voedingen helemaal zelf drinkt, is het in veel gevallen bijna zover dat uw baby naar huis mag. Om enigszins te voelen hoe het is als u uw baby straks eindelijk thuis hebt, raden wij u aan om vlak voor het ontslag een keer te komen ‘inroomen’.
Dit betekent dat u op een dag een langere periode bij uw baby blijft en meer voedingen achter elkaar geeft. Op die manier kunt u ervaren hoe het aanvoelt om vaker te voeden en kunt u zien of uw baby al in staat is om vaker achter elkaar aan de borst te drinken. Op die dag is er ook voldoende gelegenheid om vragen te stellen aan de verpleegkundige over hoe het straks thuis allemaal gaat. Met de verpleegkundige bespreekt u dan ook hoe u de borstvoeding thuis verder kunt gaan opbouwen.
Als u meer wilt weten over borstvoeding kunt u terecht bij:
Medela Informatie en verhuuradressen kolfapparatuur
www.medela.nl
Vereniging borstvoeding natuurlijk
0343-576626
www.vbn.borstvoeding.nl
La leche league International
0111-413189
www.lll.borstvoeding.nl
Nederlandse vereniging van lactatiekundigen
030-6912847 of 079-3290096
www.nvl.borstvoeding.nl
| kindergeneeskunde |
|---|
| polikliniek kindergeneeskunde | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Alphen a/d Rijn | |
| Bestemmingsnummer | 42 | |
| Telefoon balie | 0172-467052 | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 32 | |
| Telefoon balie | 071-5828052 | |
| verpleegafdeling kinderen c5 | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 570 | |
| Telefoon balie | 071-5828020 | |