In overleg met de kinderarts heeft u besloten tot een onderzoek van de puberteitsontwikkeling bij uw kind. Op de afdeling kindergeneeskunde kunnen we met een LHRH-TRH + Arginine test kijken hoeveel groeihormoon uw kind produceert. Tijdens het onderzoek meten we de hoeveelheid groeihormoon in het bloed. Zo kan de arts een eventuele afwijking in de hormoonafscheiding ontdekken. Deze brochure geeft u informatie over het onderzoek en geeft handvatten hoe u uw kind zo goed mogelijk kunt voorbereiden op dit onderzoek.
Op de afgesproken dag en tijd kunt u zich met uw kind melden bij de balie van de kinderafdeling. (afdeling C5, bestemmingsnummer 570) Indien gewenst kan uw kind door de pedagogisch medewerker of de kinderverpleegkundige nogmaals voorbereid worden op het onderzoek. In de behandelkamer van de kinderafdeling wordt door de zaal- of kinderarts samen met een verpleegkundige een infuus geprikt bij uw kind. Meestal is er een pedagogisch medewerker tijdens het prikken aanwezig om u en uw kind te ondersteunen.
Het infuus wordt ingebracht d.m.v. een prik. Het is mogelijk om bij uw kind een ½ tot 1 uur van te voren emla-zalf te smeren op de plekken waar uw kind mogelijk geprikt gaat worden. Deze zalf verdooft de huid, waardoor uw kind de prik minder voelt. De zalf kan koud aanvoelen. Over deze zalf wordt een transparante pleister geplakt. U kunt in de periode dat de emla-zalf inwerkt met uw kind in de ouderkamer verblijven. Hierna wordt u opgehaald en naar de behandelkamer gebracht.
Het is de bedoeling dat uw kind op de behandeltafel gaat liggen. Zelf kunt u dichtbij uw kind blijven om uw kind zo goed mogelijk te steunen. Sommige kinderen vinden het prettig om te zien wat er allemaal gebeurt, andere kinderen willen liever afgeleid worden en even een andere kant opkijken. Voor de prik moeten de armen vrij zijn van kleding, dus lange mouwen moeten opgestroopt worden. De arts of verpleegkundige zal eerst de emla-zalf verwijderen als deze van te voren was aangebracht. Het verwijderen van de pleister voelt voor uw kind ongeveer zoals een ‘gewone’ pleister thuis. Als uw kind hierbij wil helpen is dit prima, indien gewenst kunt u als ouder hier ook bij helpen.
Uw kind krijgt een strak bandje om de arm, waardoor de bloedvaten beter zichtbaar worden voor de arts. Ook zal de arts met de vingers wat op de arm of hand kloppen om de bloedvaten beter zichtbaar te krijgen. De arts zal de beste plek uitkiezen om het infuus in te brengen. Een infuus is een dun, buigzaam ‘rietje’ van plastic. In dit ‘rietje’ zit een dunne naald om het ‘rietje’ in het bloedvat te kunnen prikken. Het is belangrijk dat uw kind tijdens het prikken de arm zo stil mogelijk laat liggen. Indien nodig zal een verpleegkundige hierbij helpen. De emla-zalf zal er voor zorgen dat uw kind minder of niets van de prik voelt, maar dit neemt niet weg dat sommige kinderen het inbrengen toch als vervelend en pijnlijk zullen ervaren. Als het infuus goed is ingebracht wordt de naald verwijderd en blijft alleen het ‘rietje’ in het bloedvat achter
Het infuus wordt met pleisters en verband goed gefixeerd en de arm wordt indien nodig ondersteund met een spalkje. In sommige gevallen wordt aan het infuus een zakje met een infuusvloeistof vastgemaakt. Dit zakje wordt aan een infuuspaal gehangen. Door de infuusvloeistof krijgt uw kind vocht binnen en blijft het ‘rietje’ goed doorgankelijk. Dit is verder niet pijnlijk. De vloeistof kan in het begin wat koud aanvoelen in de arm.
Via het infuus wordt op vaste tijden met behulp van een spuitje wat bloed afgenomen. Dit is niet pijnlijk. Dit bloed wordt door de laboratoriummedewerker in een glazen buisje gespoten om mee te nemen voor onderzoek. Na de bloedafname zal de verpleegkundige het infuus doorspuiten met een watermengsel.
Na de eerste bloedafname zal de arts via het infuus de hormonen LHRH en TRH inspuiten (voor uw kind kunt u dit benoemen als een soort medicijnen). Hiervan kan uw kind zich heel kort even naar voelen, een beetje misselijk, een vreemde smaak in de mond en het gevoel te moeten plassen. Dit gevoel gaat snel voorbij
De verpleegkundige of pedagogisch medewerker zal u en uw kind begeleiden naar een bed op zaal. Het is de bedoeling dat uw kind gedurende het onderzoek op het bed blijft zitten of liggen. Hier kan uw kind spelen met meegenomen spelmateriaal of spelmateriaal van de afdeling. Ook heeft uw kind de mogelijkheid tot televisie kijken. U kunt naast het bed van uw kind zitten.
Na de 5e bloedafname wordt via het infuus de Arginine toegediend. In totaal zijn er voor dit onderzoek 9 bloedafnames nodig. Vanaf het toedienen van de LHRH en TRH duurt dit in totaal minimaal 4 uur. Na de laatste bloedafname wordt het infuus door de verpleegkundige verwijderd. Dit is niet pijnlijk, maar het verwijderen van de pleisters kan uw kind als vervelend ervaren. Uw kind krijgt iets te eten en drinken aangeboden. Als uw kind zich na het eten goed voelt mag u na overleg met de verpleegkundige met uw kind naar huis.
Als u nog vragen heeft over dit onderzoek kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met medewerkers van de kinderafdeling. Wanneer u het moeilijk vindt om uw kind zelf op het onderzoek voor te bereiden dan kan dit ook door een medewerker van de kinderafdeling gebeuren. U kunt dit dan het beste even overleggen met een medewerker van de kinderafdeling, telefoon: 071-5828089.
| kindergeneeskunde |
|---|
| polikliniek kindergeneeskunde | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Alphen a/d Rijn | |
| Bestemmingsnummer | 42 | |
| Telefoon balie | 0172-467052 | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 32 | |
| Telefoon balie | 071-5828052 | |
| verpleegafdeling kinderen c5 | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 570 | |
| Telefoon balie | 071-5828020 | |