Bij de moderne contrastmiddelen komen zelden bijwerkingen voor. Bij sommige patiënten dient er echter rekening te worden gehouden met een kans op beschadiging van de nieren.
Verder kunnen er problemen ontstaan bij het gelijktijdig gebruik van jodiumhoudend contrastmiddel en bepaalde medicijnen.
We raden u aan de dag vóór en de dag ná het onderzoek voldoende te drinken en zout te gebruiken. Het kan noodzakelijk zijn dat u stopt met het innemen van bepaalde medicijnen, zie de alinea ‘medicijnen’.
Volgt u een zoutarm dieet of mag u niet teveel drinken, neem dan contact op met uw behandelend arts.
Uit voorzorg wordt in het Rijnland Ziekenhuis bij alle patiënten die een onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel ondergaan, de nierfunctie bepaald. Deze wordt aan de hand van bloedwaarden in het laboratorium bepaald. Dit gebeurt vóór het onderzoek. Hiervoor wordt bloed afgenomen uit een bloedvat in uw elleboog.
Is uw nierfunctie al bekend in het Rijnland Ziekenhuis en niet ouder dan twee maanden, dan is een bloedonderzoek niet nodig.
Als uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat de werking van uw nieren onvoldoende is, dan moet worden bekeken hoe groot het risico van het toedienen van jodiumhoudend contrastmiddel is. Als de werking van de nieren in lichte mate verstoord is, zult u waarschijnlijk alleen het advies krijgen om de dag voor het onderzoek én de dag na het onderzoek voldoende te drinken, zout te gebruiken en bepaalde medicijnen tijdelijk te stoppen.
Als de werking van de nieren ernstig verstoord is, krijgt u via een infuus vóór en ná het toedienen van het contrastmiddel extra vocht. Hiervoor wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Dit kan een dagopname zijn, u kunt dan dezelfde dag weer naar huis. Soms is een klinische opname nodig is. U verblijft dan twee nachten in het ziekenhuis.
U dient, afhankelijk van de nierfunctie, vanaf de dag van het onderzoek tijdelijk met het gebruik van dit medicijn te stoppen. Uw arts zal dit met u overleggen.
De medicatie kan hervat worden, wanneer na 48 uur de nierfunctie opnieuw is bepaald. Uw arts bepaalt aan de hand van dit bloedonderzoek of u uw medicijnen weer kunt gaan slikken.
In de dagen dat u de medicijnen tegen suikerziekte niet slikt, hoeft u geen vervangende medicatie te slikken.
Volg de richtlijnen zoals genoemd onder punt 2.
Uw arts bespreekt met u wanneer u uw bloedwaarde opnieuw kunt laten bepalen. Dit is meestal binnen twee à drie werkdagen na het onderzoek. Om de nierfunctie opnieuw te bepalen wordt in het ziekenhuis of op één van de prikposten bloed geprikt.
U wordt dezelfde dag telefonisch op de hoogte gebracht van de uitslag. Afhankelijk van de uitslag kunt u uw medicatie weer hervatten.
Het komt weinig voor dat mensen een allergische reactie hebben op jodiumhoudende contrastmiddelen, ook als zij vaker allergische reacties of astma hebben. Voorbeelden van lichte allergische reacties zijn braken, galbulten en benauwdheid. Uw arts licht u voor over allergie, wanneer een onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel voor u wordt aangevraagd.
Op de afdeling radiologie van het Rijnland Ziekenhuis is elke ruimte waar contrastmiddelen worden toegediend voorzien van een noodset met medicatie en hulpmiddelen tegen allergie en acute benauwdheid.
Wij maken uitsluitend gebruik van moderne contrastmiddelen waarbij zelden een allergische reactie voorkomt. Indien u echter eerder een ernstige reactie op contrastmiddelen (mogelijk ook op moderne contrastmiddelen) heeft gehad, adviseren wij om in overleg met uw arts van tevoren tabletten in te nemen. U dient in dit geval de dag vóór het onderzoek te beginnen met het gebruik. Deze tabletten kunt u verkrijgen via uw arts of via de afdeling radiologie van ons ziekenhuis.
Allergie voor jodium op de huid heeft geen verband met eventuele reacties op jodiumhoudend contrastmiddel.
Meld het aan uw arts en de afdeling radiologie, wanneer u op korte termijn (binnen een half jaar) een behandeling moet ondergaan voor een kwaadaardige aandoening in de schildklier, een struma of een diagnostisch onderzoek met radioactief jodium.
In jodiumhoudende contrastmiddelen is het jodium gebonden aan een andere stof. Er komt ook een geringe hoeveelheid zogenaamd ‘vrij jodium’ voor in deze contrastmiddelen. Dit heeft een negatief effect op een behandeling met radioactief jodium,
131I. Ook diagnostisch onderzoek met radioactief jodium is dan een half jaar niet mogelijk!
Uw arts overlegt met u wat de andere mogelijkheden zijn.
Soms kan de geringe hoeveelheid ‘vrij jodium’ in de contrastvloeistof een versnelde werking van de schildklier uitlokken. Dit gebeurt meestal als u al last heeft van een snel werkende schildklier, maar hier niet of nog niet zo lang voor behandeld wordt.
Meld tekenen van een versnelde schildklierwerking (zoals vermoeidheid, gewichtsverlies, transpireren, nerveusheid, hartkloppingen) bij uw arts en bij de afdeling radiologie vóór het onderzoek.
Dus: heeft u een te snel werkende schildklier die nog niet of nog niet goed behandeld wordt, dan mag u (voorlopig) geen onderzoek ondergaan met jodiumhoudende contrastmiddelen!
De risico’s voor uw ongeboren kind zijn bij het toedienen van jodiumhoudend contrastmiddel zeer klein. Er kan een kleine hoeveelheid van de contrastvloeistof bij de ongeboren vrucht komen. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat u zich geen zorgen hoeft te maken over nadelige gevolgen. Bij de hielprik, ongeveer acht dagen na de geboorte, kan een te lage werking van de schildklier bij uw pasgeboren kind geconstateerd worden. Dit is kortdurend van aard en herstelt meestal spontaan.
Een klein deel van de contrastvloeistof kan in de moedermelk terecht komen en door de baby gedronken worden. Deze hoeveelheid is zo klein dat uw zich geen zorgen hoeft te maken over nadelige gevolgen voor uw kind.
Deze brochure is gebaseerd op de CBO richtlijnen ‘Voorzorgsmaatregelen jodiumhoudende contrastmiddelen’. U vindt deze richtlijnen op I www.cbo.nl.
Let op: het is belangrijk dat u op de dag van de afspraak een lijst met de door u gebruikte medicatie meeneemt.
Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis uw patiëntenkaart, voorzien van de juiste gegevens, mee te nemen. Ook is het belangrijk dat u een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringspas bij zich heeft.
Bent u niet in het bezit van een patiëntenkaart, of zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan aan de balie van de afdeling radiologie.
Wij stellen het op prijs als u zich tijdig meldt voor de afspraak.
Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze brochure, stelt u deze dan aan de baliemedewerker van de afdeling radiologie.
Rijnland Ziekenhuis locaties Alphen aan den Rijn en Leiderdorp zijn onderdeel van Rijnland Zorggroep. Rijnland Ziekenhuis is NIAZ- en CCKL- geaccrediteerd en heeft de volgende keurmerken: Baby Friendly Hospital, mammokeurmerk en Vaatkeurmerk.
Rijnland Zorggroep biedt een breed, kwalitatief hoogwaardig pakket aan diensten op het gebied van care én cure. Sinds 2009 omarmen wij het zorgmodel Planetree. Dat staat voor mensgerichte zorg in een helende omgeving. Zodat de bestaande zorg nóg beter voelt, voor patiënt, cliënt én medewerker!
| radiologie | ||
|---|---|---|
| Onderdeel | Rijnland Ziekenhuis | |
| Locatie | Alphen a/d Rijn | |
| Bestemmingsnummer | 60 | |
| Telefoon balie | 0172-467070 | |
| Locatie | Leiderdorp | |
| Bestemmingsnummer | 173 | |
| Telefoon balie | 071-5828071 | |
| Openings-, bezoektijden | Ma. t/m vr. van 08.00 tot 17.00 uur.
(Wij zijn telefonisch bereikbaar tot 16.30 uur.) |
|