Skip navigation
Onderdeel van Rijnland Zorggroep
rijnland logo
Onderdeel van Alrijne Zorggroep
volg ons | Contact | Sitemap | Print | tekst A A A
rijnland homepage

Neusbijholte-operaties

Binnenkort komt u naar het ziekenhuis voor een ope­ratie aan de neusbijholten. Er bestaan verschil­lende soorten operaties van de neusbijholten. In deze brochure geven wij u meer informatie over neusbij­holte-operaties.

De neusbijholten

neusbijholten.
neusbijholten

De holle ruimten in het hoofd die zich boven en naast de neus bevinden en in directe verbinding staan met de neusholten, noemen we neusbijholten. De twee voorhoofdsholten, gelegen boven de ogen, en de twee kaakholten die zich achter de wangen bevinden, zijn het meest bekend. Minder bekend maar zeker zo belangrijk zijn de holten in het zeefbeen. Deze zeefbeenholten bestaan uit een systeem van vele kleine holten en bevinden zich aan beide kanten tussen de neusholte en de oogkas. De kaakholten en de voorhoofdsholten staan via dit zeefbeen met de neus in verbinding. Als laatste holte kennen we nog de wiggebeensholte, ver achter/boven in de neus.

Wanneer een operatie?

Wanneer een ontsteking aan de neusbijholten niet geneest ondanks intensieve therapie met bijvoorbeeld medicijnen of spoelingen, dan spreekt men van een chronische ontsteking. Een dergelijke chronische ontsteking kan gepaard gaan met de vorming van neuspoliepen. Het kan een op zichzelf staande ontsteking zijn van één bijholte, maar er kunnen ook meerdere bijholten tegelijk ontstoken zijn. Vooral in het geval van een chronische ontsteking van de zeefbeenholten kunnen ook de kaakholten en eventueel zelfs de voorhoofdsholten geblokkeerd en ontstoken raken. De belangrijkste reden voor een operatie aan de neusbijholten is een dergelijke chronische ontsteking.

Er zijn verschillende neusbijholte-operaties mogelijk. Uw arts zal met u bespreken welke operatie bij u nodig is.

Een endoscopische operatie

Voor een goed zicht op het operatiegebied kan uw KNO-arts gebruik maken van een endoscoop. Een endoscoop is een klein buisje met een uitgebreid stelsel van lenzen, waardoor nauwkeurig de inhoud van de neus bestudeerd kan worden. Kijkend door de endoscoop, die via de neusopening is ingebracht, kan de arts met speciale instrumenten de ontstoken neusbijholten open leggen. De endoscoop maakt het mogelijk om tijdens de operatie goed te zien waar de ontsteking zit en welke gebieden met rust gelaten kunnen worden. Een endoscopische neusbijholte-operatie (functional endoscopic sinus surgery, afgekort FESS) geschiedt dus via de neusholte. Er ontstaan geen uitwendige littekens.

Verdoving

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan een neusbijholte. Deze verdoving kan algeheel (narcose) of plaatselijk zijn. In beide gevallen voelt u geen pijn tijdens de ingreep. Uw KNO-arts bespreekt met u wat in uw geval het beste wordt geacht.

Medicijngebruik

Als u medicijnen gebruikt, is het belangrijk dat u dit aan uw arts vertelt. Meld dit ook aan de anesthesioloog (als u onder narcose geopereerd wordt). Meestal zal de arts naar uw medicijngebruik vragen. Is dit niet het geval, begin er dan zelf over. Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u gebruikt!
Met de meeste medicijnen kunt u gewoon doorgaan, maar sommige medicijnen - zoals alle bloedverdunners - mag u vanaf enkele dagen voor de operatie niet gebruiken. Uw arts zal met u bespreken welke medicijnen u wel kunt blijven gebruiken en welke niet. Bij twijfel kunt u altijd contact opnemen met de polikliniek KNO.

Vooronderzoek

Voor operaties onder plaatselijke verdoving is meestal geen vooronderzoek nodig.

Als de neusbijholte-operatie onder narcose plaatsvindt, verwijst uw arts u naar de polikliniek anesthesie voor pre-operatief onderzoek. Tijdens dit onderzoek krijgt u onder andere informatie over het nuchter zijn. Meer informatie hierover leest u in de brochure Pre-operatief onderzoek.

Opname

U wordt opgenomen op de de afdeling dagverpleging. De opname vindt plaats op de dag van de operatie. Op de afgesproken tijd meldt u zich bij de afdeling waar u wordt opgenomen.

Voorbereiding

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Bij de inleiding van de narcose of bij toediening van bepaalde middelen voor plaatselijke verdoving kunnen bij een (gedeeltelijk) gevulde maag braakneigingen optreden. Dit kan problemen veroorzaken.
Ongeveer een uur voor aanvang van de operatie krijgt u eventueel medicijnen ter voorbereiding op de operatie. Deze medicijnen helpen u geestelijk en lichamelijk te ontspannen, zodat u de operatie beter kunt doorstaan.

Als u onder plaatselijke verdoving geopereerd wordt, krijgt u daarnaast ook een middel waar u slaperig van kan worden.

Bij grotere bijholte-operaties krijgt u soms een antibioticum om te voorkomen dat er door de operatie infecties en ontstekingen ontstaan.

De operatie

De operatie kan 's ochtends of 's middags plaatsvinden. U hoort van tevoren hoe laat de operatie ongeveer begint.

narcose

Wanneer de operatie onder narcose plaatsvindt, brengt een verpleegkundige u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. De voorbereidingsruimte, ook wel holding genoemd, is de plek waar u wordt voorbereid op de operatie. U krijgt een infuus, uw identiteit wordt gecontroleerd etc. Dan wordt u door een anesthesiemedewerker opgehaald en naar de operatiekamer gebracht. Daar wordt u onder narcose gebracht. Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer, waar gespecialiseerde verpleegkundigen, onder verantwoordelijkheid van een anesthesioloog u bewaken terwijl u bijkomt na de narcose. Meestal blijft u hier ongeveer een uur. Als de anesthesioloog hiervoor toestemming geeft, mag u de uitslaapkamer verlaten en brengt een verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling. Het is mogelijk dat u nog erg slaperig bent en pas na een aantal uren goed wakker bent.

plaatselijke verdoving

Wanneer de ingreep onder plaatselijke verdoving plaatsvindt, brengt de verpleegkundige u naar de behandelkamer KNO (locatie Leiderdorp) of naar de operatieafdeling (locatie Alphen aan den Rijn). Daar moet eerst uw neus verdoofd worden. Hiervoor doopt uw arts kleine wattenstokjes in verdovingspoeder en vervolgens plaatst hij/zij deze wattenstokjes in uw neus. Dit kan even een vervelend gevoel zijn.

U kunt een iPod of mp3-speler meenemen om naar muziek te luisteren tijdens de operatie.

Duur van de operatie

De meeste operaties onder plaatselijke verdoving duren niet langer dan dertig minuten. De neus moet goed verdoofd zijn; dit duurt ook ongeveer dertig minuten. In totaal kunt u dus rekenen op ongeveer een uur.

Bij een operatie onder narcose duren de voorbereiding en de tijd op de uitslaapkamer samen ongeveer een uur. Daar komt dan nog de tijd van de operatie bij. Hoe lang de operatie duurt, hangt af van de soort operatie.

Na de operatie

Het is mogelijk dat uw neus na de operatie wat gaat lekken. Om dit vocht op te vangen, heeft u een opgerold gaasje onder de neus. Dit gaasje wordt regelmatig verschoond.
De eerste dagen na de operatie kunt u een verstopt gevoel in de neus hebben. Vaak heeft u daarbij bloederige korstjes en taai slijm in de neus. U kunt hiervoor neusdruppels gebruiken.
Bijholte-operaties veroorzaken in het algemeen geen erge pijn, zo nodig kunt u paracetamol innemen.

Soms heeft u na de operatie tampons in de neus en in de bijholten. Deze worden ingebracht om bloed op te nemen. Meestal is dit echter niet nodig. Tampons kunnen aanleiding geven tot lichte hoofdpijn en neiging tot niezen. De tampons worden meestal na één tot drie dagen uit de neus verwijderd. Dit gebeurt op de polikliniek KNO. De neus gaat hierbij soms iets bloeden, dit stopt binnen enkele minuten vanzelf.
Na het verwijderen van de tampons krijgt u een neusspray om vochtophoping in de slijmvliezen te voorkomen, zodat de neus goed open blijft.

Bij voorhoofdsholte-operaties via de wenkbrauw hecht de arts meestal een plastic buisje (drain) in de wond. Dit buisje voorkomt dat de holte weer verstopt raakt. Het buisje wordt na enkele weken weer verwijderd op de polikliniek. U hoeft hier niet langer voor in het ziekenhuis te blijven en u heeft er ook geen last van.

Complicaties

Bij elke operatie bestaat er een kans op complicaties. Deze kans is bij deze operatie echter klein. Uw arts heeft hier met u over gesproken

Weer naar huis

Als u opgenomen bent op de afdeling dagverpleging, kunt u in de loop van de middag weer naar huis. U kunt nog niet zelf deelnemen aan het verkeer. Zorg daarom dat iemand u komt ophalen of neem een taxi naar huis.

Controleafspraak

Een tot vier weken na de operatie komt u terug op de polikliniek voor controle. Een afspraak hiervoor krijgt u mee als u naar huis gaat.

Herstel

De klachten waarvoor u bent geopereerd, zijn meestal niet direct na de operatie verdwenen.
Vaak blijft er na de operatie nog lange tijd een gevoel van neusverstopping en druk boven de ogen bestaan. Dit verdwijnt langzaam.
De neus produceert de eerste weken na de operatie vaak meer dan normale hoeveelheden vocht en slijm.
Dit zijn allemaal normale reacties na deze operatie en niet verontrustend. Naarmate de operatie groter en uitgebreider is, duurt het herstel ook langer. Hieronder leest u enkele adviezen die een spoedig herstel bevorderen.

algemeen

De eerste twee dagen na de operatie mag u de neus niet snuiten, wel 'ophalen'.Ook is het beter de eerste dagen na een operatie niet te warm te douchen en te baden en niet te warm te drinken.

neus spoelen vanaf 48 uur na de operatie

U spoelt uw neus twee tot zes keer per dag met zout water. U kunt dit zoute water zelf maken door een volle theelepel keukenzout op te lossen in een halve liter lauw water (op lichaamstemperatuur, ongeveer 37C). U hoeft dit water niet te koken, u kunt het gewoon mengen uit de kraan. Neem een kleine hoeveelheid zout water in de palm van uw hand, in een beker, of in een spuitje en houd met de andere hand één neusgat dicht. Vervolgens houdt u de hand met water onder het open neusgat en u snuift dit met flinke kracht op. Als u het goed doet, komt het water in uw mond. Dit spuugt u uit. Deze procedure herhaalt u enkele malen tot het uitgespuugde water helder blijft. Als u zowel links als rechts geopereerd bent, spoelt u beide neusgaten; anders alleen de geopereerde zijde.

neusdruppels

De eerste week aansluitend op een neusoperatie wordt u geadviseerd om neusdruppels (bijvoorbeeld Otrivin) te gebruiken. Deze neusdruppels kunt u zonder recept kopen bij de apotheek of drogist.

neuszalf

Bij korstvorming in de neus kunt u de neus met neuszalf behandelen. Een recept voor deze zalf kunt u bij de polikliniek keel-, neus- en oorheelkunde (KNO) krijgen.
Neem wat neuszalf op de pink en smeer dit aan de binnenzijde van de neusvleugel. Daarna de neus voorzichtig 'ophalen'.

bloedneus

In geval van een bloedneus, kunt u het beste een of twee keer voorzichtig de neus snuiten. Raak niet in paniek, maar neem plaats in een zittende, licht voorovergebogen houding. U neemt wat ijsblokjes in de mond en houdt die tegen het verhemelte. In de meeste gevallen stopt de bloedneus op deze manier. Zo nodig kunt u nog neusdruppels (bijvoorbeeld Otrivin) in de neus druppelen, hierdoor worden de bloedvaatjes dichtgeknepen en stopt het bloeden.

Wanneer neemt u contact op met een arts?

Als een bloedneus niet stopt of als u hoge koorts krijgt en/of kloppende pijn, neemt u dan contact op met de polikliniek KNO. Buiten de openingstijden van de polikliniek kunt u bellen met de afdeling spoedeisende hulp, telefoonnummer 071 - 582 89 05.

Tot slot

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis uw patiëntenkaart, voorzien van de juiste gegevens, mee te nemen. Tevens is het belangrijk dat u een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringpas bij zich heeft. Bent u niet in het bezit van een patiëntenkaart, of zijn uw gegevens (verzekering, huisarts etc.) gewijzigd, wendt u zich dan tot de balie van de afdeling waarop u wordt behandeld. Wij stellen het op prijs als u zich tijdig meldt voor de afspraak.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze brochure, stelt u deze dan aan de baliemedewerker van de polikliniek.

De polikliniek KNO locatie Alphen aan den Rijn heeft bestemmingsnummer 44 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via T 0172 - 46 70 51 tussen 08.30 - 16.30 uur.

De polikliniek KNO locatie Leiderdorp heeft bestemmingsnummer 19 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via T 071 - 582 80 51 tussen 08.30 - 16.30 uur.

Rijnland Zorggroep

Rijnland Ziekenhuis, met locaties in Alphen aan den Rijn en Leiderdorp, is onderdeel van Rijnland Zorggroep.

Planetree

Planetree

Rijnland Zorggroep biedt een breed, kwalitatief hoogwaardig pakket aan diensten op het gebied van care én cure. Sinds 2009 omarmen wij het zorgmodel Planetree. Planetree staat voor mensgerichte zorg in een helende omgeving, waardoor de bestaande zorg nóg beter voelt voor patiënt, cliënt én medewerker!

Einde
Built on Yucan by Desk.nl
© Alrijne Zorggroep 2015 | Proclaimer